‘EVOLUTIE’ groupshow with murals and paintings At Mondriaanhuis Amersfoort; until 13-05
Sinds zondag 29 januari 2012 is in het Mondriaanhuis de tentoonstelling Evolutie te zien. De expositie is geheel ontworpen, ingericht en uitgevoerd door vier hedendaagse kunstenaars: Paul Drissen, Gijs Frieling, Menso Groeneveld en Gerben Koldijk. Mondriaans opvattingen over evolutie heeft de vier kunstenaars gestimuleerd bij hun ontwerp voor een totaalkunstwerk; een Gesamtkunstwerk. Daarbij zijn niet alleen de wanden en de vloeren beschilderd, maar ook borduurwerken en schilderijen opgehangen, tekeningen op de vloer uitgelegd, een enkel object neergezet en zitbanken geplaatst.
De kunstenaars lieten zich bij deze tentoonstelling inspireren door het gedachtegoed van Piet Mondriaan. In het bijzonder door Mondriaans belangstelling voor de theosofie en zijn ideaal de mens te ontwikkelen, van een materialistisch en individugerichte persoon tot een vergeestelijkte en meer universeel gerichte, nieuwe mens. Zijn drieluik Evolutie dat hij in de jaren 1910-1911 schilderde geeft de belangrijkste stappen naar het meest vergeestelijkte niveau goed weer.
De schilderkunst speelde bij de evolutie van de vergeestelijking van de mensheid een belangrijke rol. Die had een voorbeeldfunctie en wees de mens de weg waarlangs dit mogelijk was. Toch was de route van tevoren niet duidelijk uitgestippeld en ook Mondriaan zei vaak dat niets vast stond. Het was voor hem evenzeer een kwestie van aftasten, van improviseren om de juiste weg te vinden. Juist die proefondervindelijke werkwijze heeft de vier kunstenaars geïnspireerd bij hun werk en in het bijzonder bij hun zoeken naar beelden, naar het vinden van de juiste kleuren, vormen en symbolen. Ze wilden de ruimtes in het Mondriaanhuis transformeren en aaneenschakelen zodat de bezoeker bij zijn tocht door de zalen een reeks van nieuwe ervaringen ondergaat.
Paul Drissen (Oirsbeek 1963) is aan de Academie Beeldende Kunsten in Maastricht en de Ateliers in Amsterdam opgeleid en werkt sinds als onafhankelijk kunstenaar. Aan zijn werk (schilderijen, collages en constructies in de ruimte) zijn diverse eenmanstentoonstellingen gewijd. Opvallend is zijn aandacht voor en originele aanpak van de wijze waarop hij zijn kunst tentoonstelt. Hij gebruikt plafonds, vloeren en vides. Daarbij reduceert hij deze niet tot achtergrond, maar pakt ze aan als basiselementen van zijn kunst
.
Andere teksten:
- Bij Markus Amm, deelnemer aan Formalismus, en Paul Drissen, Nederlander die sinds jaren op dit (‘formele’) vlak bezig is, is de esthetische houding een consequentie van hun verwerking van de ‘ideeëngeschiedenis van de vormen’ uit de moderne abstracte kunstgeschiedenis. Hierdoor verkrijgen de werken een breekbare sensibele en fragiele intensiteit, die ambivalent en sceptisch staat tegenover het idealisme van vroeger, met name de ‘grote utopie’ van het suprematisme en constructivisme. In zoverre zijn de werken van Amm en Drissen, maar ook bijvoorbeeld Martin Boyce’s veranderingen van klassieke designiconen, niet zozeer postmodern als wel ambivalent. Ze functioneren als dialectische werkconcepten.
Uit: De revival van formele kunst, door Gregor Janssen, MetropolisM, 03-04-2006.Het werk is symbool voor de transformatie van ‘alledaagse’ objecten die een subjectief/sentimenteel maar ook formeel aanknopingspunt zoeken met steeds veranderende en verloren betekenissen van de utopische modernisten en zo een tweede leven opeisen als figurant in een spel dat ‘Kunst’ heet.
